HAREN
Haren bestaan uit dood hoornmateriaal. Een haar ontspruit uit een haarzakje wat tezamen met een talgklier een haarfollikel vormt. Met uitzondering van lippen, handpalmen en voetzolen zijn er over heel het lichaam haarfollikels te vinden.Over het hele lichaam groeit het haar ongeveer even snel, zo'n 0,1 tot 0,4 mm per dag. Of een haar stijl, golvend of krullend wordt, hangt af van de stand van het haarzakje.
Er zijn twee soorten haren: vellusharen en terminale haren.Vellusharen zijn zeer fijne, niet gepigmenteerde donshaartjes van ongeveer 2-3 mm lengte. In de puberteit veranderen in de oksels en de schaamstreek de vellusharen onder invloed van de geslachtshormonen in dikkere gepigmenteerde terminale haren. Tevens ontstaat bij de man terminale beharing in het gelaat, op de romp, de armen en benen. Zo ontstaan onder invloed van geslachtshormonen een typisch mannelijk of vrouwelijk beharingspatroon. Hormoonproblemen veroorzaakt door: pubertijd, zwangerschap, borstvoeding, menopauze, bijnieren en eierstokontsteking geven nieuwe haarontwikkeling.
Haargroei heeft een cyclisch karakter. Elke haarfollikel heeft zijn eigen ritme met drie in tijdsduur wisselende fasen. Een haarfollikel kent een periode van groei (anagene fase), overgang (katagene fase) en rust ( telogene fase). Hierna valt de haar uit en begint de haarfollikel aan een nieuwe cyclus. Niet alle haren groeien gelijktijdig en haren kunnen slechts een beperkte tijd groeien. Op armen en benen duurt de hele haarcyclus enkele maanden, zodat een haar daar maximaal enkele centimeters lang kan worden. Op het hoofd duurt zo'n cyclus enige jaren, zodat hoofdhaar wel een meter lang kan worden. Ook verschilt de duur van de groeifase van persoon tot persoon. De afwisseling van groei en rustfase wordt onder andere door hormonen gestuurd, maar wordt voornamelijk bepaald door regulering binnen de haarfollikel zelf. Groeifase: De haren zijn dik en goed gepigmenteerd. Overgangsfase:De groei van de haar is gestopt. De haar zit nog vast in de hoofdhuid, maar de haarfollikel begint te verschrompelen. Rustfase: De haar valt uit. Tijdens de rustfase begint vaak al een nieuwe haar in dezelfde follikel te groeien.